‘Die conclusie [dat ik iemand anders mag zoeken om mij te helpen] had ik ook al getrokken. Ik waardeer eerlijkheid en ik voelde aan alles dat je niet eerlijk was en dat ging over mijn grens.’
Dit bericht kreeg ik van een persoon die mij om een gunst vroeg om hem ergens mee te helpen. Ik heb hem verteld wat binnen mijn handelingsvermogen lag, waarbinnen ik hem kon helpen. Deze persoon verwachtte meer. Ik gaf het nog eens vriendelijk aan wat ik kon betekenen, wat binnen mijn handelingsvermogen lag. Als antwoord kreeg ik de boodschap dat ik bij mijzelf te raden mocht gaan waarom ik deze persoon niet zou helpen op de manier zoals hij dat wilde en [bewust danwel onbewust] van mij verwachte. Na tweemaal aangegeven te hebben wat voor mij werkbaar is, dus tweemaal een grensbepaling, heb ik bij de derde keer de persoon vriendelijk verzocht zijn gunst bij iemand anders neer te leggen. Dat viel niet helemaal lekker aan de andere kant, wat tot bovenstaande reactie leidde.
Natuurlijk deed dat direct wat met mij. Ik vond het erg om als niet eerlijk beschouwd te worden. Terwijl dat juist een belangrijke waarde is voor mij. Even twijfelde ik aan mijzelf, ‘Ben ik wel eerlijk geweest? Handel ik wel integer?’ . Toen draaide ik hem om en stelde mijzelf de volgende vragen ‘Waar en op welk gebied in mijn leven durf ik nog niet of niet volledig eerlijk te zijn?’ ‘Waar verschuil en verstop ik mijzelf nog voor mijn eigen innerlijke waarheid?’
Er zit een groot verschil tussen twijfelen aan jezelf en zelfbevraging. Zelfbevraging is heel gezond en sterker nog zelfbevraging zou nooit hoeven ophouden. Dat geld dus ook voor mij. Zoals in bovengenoemd scenario waarin iemand meer vraagt van mij dan ik hem kan geven. Nu ben ik op een plek, waarin ik begrijp dat elkaar helpen en in verbinding zijn heel belangrijk is. Ook weet ik dat een gezonde grensbewaking en daar verantwoordelijkheid voor dragen nog belangrijker is. En dat heb ik gedaan.
Nu vind ik het echt niet erg om eens meer te geven dan ik heb te geven als het om dierbaren gaat en waar het geven en nemen in balans is. Maar bij personen waarbij een patroon leeft waarin geven en nemen niet in balans zijn, is het aan mij om mijn grenzen te bewaken. Ook al wordt dat niet helemaal lekker ontvangen door de ander. Daar kan ik hooguit begrip voor hebben. Wat ik wel kon doen, is de vraag opnieuw bij mijzelf te openen. In dit geval eerlijkheid. Hoeveel waarde hecht ik aan eerlijkheid en hoe uitte zich dat in deze situatie? En wat zijn de consequenties van deze uitingen? Vindt ik het in deze situatie of in het algemeen belangrijk om meer of op andere wijze uiting te geven aan deze waarde? En zo ja, hoe?
Vaak vinden mensen het lastig om zichzelf deze vragen te stellen. Echter, vragen als deze hoeven intern niet tot opschudding te leiden, zolang je begrijpt dat het elke keer tot iets beters kan leiden. Het kan je faciliteren in je eigen groei. Het heeft de dynamiek van ‘Hej, een mogelijkheid in ontdekking naar meer’. Het is filosofischer van aard. Terwijl zelf twijfel een ‘O, jee, ik heb iets fout gedaan, ik ben een slecht mens’. Het heeft een neerbuigende energie, dat niets te maken heeft met groei. Het is maar net naar welke kant van het spoor je kijkt en waar je voor kiest. Daarin zit geen goed of fout. Het heeft alleen andere consequenties.
Persoonlijk ben ik blij met het voorval en de zelfbevraging d
ie daaruit voortvloeide. Voor mij heeft het positief bijgedragen aan het aangaan van dit vasten experiment, wat direct al veel in mij teweeg brengt.
