Parallelle realiteiten?! Wat is dat?
Geen kwestie van andere dimensies of hokuspokus taferelen, maar een kwestie van andere belevingswerelden. Eenieder bekijkt namelijk de realiteit, de wereld om hen heen, op ieder hun eigen wijze. Gebeurtenissen worden geïnterpreteerd door de bril van je eigen referentiekader. In dat kader zitten je gevoelens, je gedachtes, je kennis door eerdere ervaringen, je wetenheid en vooral ook je onwetendheid. Daarom speelt de mate van je bewustzijn hier een grote rol in. Tegelijkertijd betekent dit dat jouw perceptie van de realiteit fluïde is en kan veranderen over de tijd.
Doordat eenieder de wereld om hen heen anders interpreteert, kunnen twee mensen één en dezelfde gebeurtenis op compleet andere wijze beleven. Het kan op beide dan ook een totaal andere impact hebben. Betekend het dat de één het fout heeft beleefd en de ander goed? Nee, het is geen kwestie van goed of fout. Beide percepties zijn even waar. Zo heeft ieder zijn eigen versie van de waarheid. En die waarheid is per definitie dé waarheid van deze persoon.
Hierdoor kan het zo zijn dat een relatie tussen twee mensen door de één beoordeeld worden als fijn, terwijl de ander zich juist onprettig voelt. Wanneer je niet bewust bent van dit mechanisme en je vindt beide geen weg om hierover te communiceren, dan verzwakt de verbinding. Met als gevolg dat je steeds verder uit elkaar drijft. Je begeeft je in beide in een parallelle versie van realiteit en zal daar blijven. Dit kan erg veel schade opleveren.
Hoe?
Ik neem je mee aan de hand van een voorbeeld uit mijn eigen leven waarin de dynamiek van deze parallelle realiteiten inzichtelijk wordt.
We gaan terug naar mijn middelbare schooltijd. Ik was 15 jaar en zat in 4 vwo en het was helder dat ik het niet kon bijbenen. Ik was veel ziek, depressief, had last van suïcidale gedachten en bovenal, ik kon mij simpelweg niet meer concentreren op school. Hoe hard ik het ook probeerde, mijn pogingen waren tevergeefs. Mijn hoofd was er niet meer bij. Mijn schoolprestaties kelderde vlot en ik wilde per se naar de havo. Mijn ouders waren hier niet van op de hoogte. We leefden op dat moment in parallelle realiteiten en zij hadden geen zicht op wat er in mijn belevingswereld omging. Volgens hen was onze relatie goed. Ik beleefde deze echter anders.
Nadat ik mijn ouders inlichtte over mijn verzoek, – niet over de rest van mijn gevoelens- volgde al snel een gesprek met mijn toenmalige mentor. Mijn mentor en moeder stonden erop om een inhaalslag te maken op het vwo. Mijn vader was flexibeler. En zelf had ik er simpelweg de puf niet meer voor, ik was leeg. Ik vertelde dat ik naar de havo wilde en het liefst nog een directe overplaatsing van 4 vwo naar 4 havo. Helaas vertelde mijn mentor dat ik pas in het nieuwe schooljaar naar 4 havo kon. Toen ik dat hoorde barste ik in tranen uit. Ik herinner mij dat ik een mix voelde van woede, wanhoop en verdriet. Ineen geklapt zat ik daar in een poging mij zo klein mogelijk te maken, het liefst onzichtbaar en te verdwijnen. In mijn herinnering had ik een liefdevol en geduldige mentor en ze vroeg mij wat er in mij omging. Ze deed hier een poging om contact te maken met mijn beleefwereld. Ook toen ik niet direct antwoordde, bleef ze haar vraag op geduldige wijze herhalen.
Toen kwam het hoge woord er uit. Ik voelde mij vooral zo, omdat het zou betekenen dat ik niet een jaar eerder uit huis kon. ‘Ik wil niet nog een heel jaar met mijn moeder in één huis wonen’, zei ik zachtjes en snikkend. Voor mijn ouders was dit uiteraard een heftige klap om te horen. Ze hadden immers geen idee van mijn beleefwereld. Mijn moeder werd emotioneel, maar zweeg. Mijn vader richtte zich op het troosten van mijn moeder. Er hing een ongemakkelijke stilte en ik klapte verder dicht. De mentor sloot het gesprek af met het idee dat ik en mijn ouders thuis nog het een en ander te bespreken hadden. Daar had ze gelijk in.
Wat ik nodig had van mijn ouders was toenadering. Dat ze een poging deden om mijn beleefwereld te begrijpen en dat deze beleving er mocht zijn. Simpelweg steun en een luisterend oor vrij van oordeel. Dat kreeg ik helaas niet. Op weg naar de auto gaf mijn vader namelijk zijn eerste reactie ‘Dit is niet leuk voor je moeder om te horen’. De autorit naar huis leek een eeuwigheid te duren en mijn depressieve gevoelens kregen vrijspel. Ik trok mij verder terug in mijn eigen wereldje. Mijn versie van de realiteit, die was somber en voelde nog leger en eenzamer dan ervoor. Mijn ouders zaten in ieder die van hen. We dreven verder van elkaar. De verbinding was ver te zoeken.
Deze gebeurtenis ging uiteraard nog door. Maar voor hier wil ik enkel de illustratie geven over het belang van kwalitatief communiceren. Verbinding gaat verder dan fysiek aanwezig zijn. Verbinding gaat over het checken bij de ander of deze die verbinding ook voelt. Verbinding gaat over het communiceren over het luisteren naar elkaars beleefwereld en daar zonder oordeel naast te gaan zitten. Ook wanneer het confronterend kan zijn. Daarnaast is het gevoel van verbondenheid wat wij als sociale wezens in essentie nodig hebben. Daarom zijn parallelle realiteiten, die het tegenovergestelde zijn van verbinding, niet zo onschuldig.
Net als in één van mijn andere blogs is niet mijn doel om mijn ouders in een slecht daglicht te zetten. Ik heb de voorbeelden nodig om belangrijke mechanismen die ten grondslag liggen aan zelfontwikkeling helder te maken. Ik deel mijn eigen kwetsbaarheid in de hoop dat een ander, jij als lezer, ook jezelf de toestemming durft te geven meer kwetsbaar te durven zijn. Mijn ouders hebben hun best gedaan en daarin valt hen bij voorbaat niets in te verwijten. Zij hebben hun best gedaan in wat binnen hun macht lag om die verbinding op te zoeken. Een poging om onze parallelle realiteiten meer eenheid te laten worden binnen de verantwoordelijkheid die zij als ouders dragen.
Ik heb ze oprecht hun best zien doen. Ten slotte, we zijn allemaal mensen en we dragen onze eigen bagage met ons mee. Hierdoor zijn we niet altijd in staat om te doen wat we vanuit liefde wel graag voor ogen hebben met onszelf, met onze dierbaren en met onze medemens. De verbinding met de ander start bij de verbinding met onszelf. Kunnen we het onszelf toestaan om alle delen in onszelf te omarmen, accepteren en integreren? Ik streef naar een wereld van verbonden realiteiten. Daarom blijf ik mijzelf graag ontwikkelen. En werk ik met liefde mee aan persoonlijke ontwikkelingsprocessen, zodat mensen volmondig ja op kunnen zeggen op deze vraag.
